Stille tocht 4 mei 2016

Hieronder is de toespraak van Maurice Elzas opgenomen. Het is zijn voordracht op 4 mei 2016 in het kader van de herdenking.

STILLE TOCHT 4 MEI 2016
Als ik aan de oorlog denk, komt onmiddellijk een gedicht van Leo Vroman bij me op:

Kom vanavond met verhalen
Hoe de oorlog is verdwenen
En herhaal ze honderd malen
Alle malen zal ik wenen.

Kinderen waren wij.
Joodse kinderen.
Maar, wat ons betreft, hadden we even goed Chinees, Hottentot of anders anders kunnen zijn.

We dachten eerst dat het een soort spel was.
Pas later, toen we tussen de fluitende kogels, vallende bommen en de twaalf en een half miljoen vluchtelingen liepen ontdekten we dat het menens was.
Een veilig heenkomen bleek een illusie.

We vluchtten, doken onder of werden opgepakt en afgevoerd.
Probeerden het te plaatsen in ons wereldje van spel en sprookjes.
Maar het paste niet…

Ongeveer 70 jaar geleden kwamen wij, de schaarse overlevenden, thuis.
Hoezo Thuis?

In ons huis woonde een andere mevrouw.
Zij schonk ons een kopje thee uit Mama’s kopjes.
Maar die waren niet meer van Mama.
Oma’s zilveren lepeltjes waren ook al van eigenaar veranderd.
Velen wisten niet eens meer wie we waren.

Sommigen, uit de kampen, kwamen terug als eigengereide, slecht
benaderbare wolfskinderen.
Anderen waren onrustbarend stil en gedwee.
Allen fundamenteel veranderd.
Over één ding waren we het allemaal eens:
DIT NOOIT MEER.

Alles moest anders.
Een nieuw leven, gedreven door idealen…

Wat we nu beleven zegt ons dat de mens, helaas, niet veel is veranderd.

Maar we horen nog allemaal de stem van de mensen die het niet meer kunnen navertellen. En we blijven ons schuldig voelen dat wij er nog wel zijn en zij niet.

We vertrouwen er niet langer op dat een dergelijke ramp niet weer kan gebeuren. En met reden.

Van de 135.000 Joden die hier voor de oorlog woonden, werden er meer dan 100.000, betrekkelijk soepel, afgevoerd. Terwijl de koning van Denemarken uit protest met een Jodenster op straat liep. Voelden we wellicht Moos niet aan als één van ons?

En hoe zit het nú met onze medelanders?

Als u er langs komt, lees het opschrift op het Joods Gedenkteken:

“niet uitgeroeid uit de poort zijner woonplaats”

staat er. Uitgeroeid of uitgestoten komt bijna op het zelfde neer. Let wel er staat ‘woonplaats’ en niet land, afkomst of geloof. Laten we dat onthouden als we de ander ontmoeten op straat, in de trein, op
Facebook of in de supermarkt. Wij, met zijn allen, kunnen het verschil maken!

Tot slot denken we aan al diegenen die niet in hun woonplaats begraven konden worden. Een moeilijk gevoel, dat je het beste kunt weergeven in poëzie. Hier in een vers van Jalal al-Din Rumi, een dichter/filosoof uit de dertiende eeuw.

Luister naar het riet van de fluit, hoe het vertelt
en hoe het klaagt, gekweld door de pijn van het afscheid!
“Sinds ik gesneden werd uit het riet van mijn vaderland,
huilt heel de wereld mee op mijn klanken.
Ik zoek een hart, gebroken door scheidingsverdriet,
aan wie ik kan vertellen over de pijn van het scheiden..