Regionale Israëlitische Begraafplaats

Tussen de Veerstraat en de Gen. Foulkesweg ligt in een laagte de oude Joodse begraafplaats. Het pad langs de begraafplaats heet Kerkhofpad, maar in Wageningen genaamd de Jodehucht. De begraafplaats is sinds 1967 een Rijksmonument.

Op 28 juli 1668 heeft de magistraat van Wageningen een verzoek ingewilligd van Isaac Adolphs de Jode. Hij wilde een stedelijke Bank van Lening exploiteren en verzocht daarbij om een eigen begraafplaats voor zijn gezin en geloofsgenoten van buiten Wageningen. Hiervoor werd ‘een eerlijcke plaets gegeven in de sandcuil’, buiten de stadmuren ‘daer hij sijn dooden sal mooghen begraven ende die gewoonlijkcke ceremonien gebruiken’.

De begraafplaats werd aangelegd in één der oude zandafgravingen (de sandcuil) aan de oostzijde van de stad aan de voet van de Wageningse berg. In de tweede helft van de 17e eeuw werd de Veerstraat wel ‘den wegh na den Santkuijlen’ genoemd. In de 18e eeuw bevond zich in de zandafgraving eveneens de ‘Stadsbleik’ waarvan kennelijk een gedeelte als begraafplaats in gebruik was.

In het begin van de negentiende eeuw werd de begraafplaats opgehoogd met een meter grond, nadat de bestaande stenen plat gelegd waren. Zo ontstond er een nieuwe begraafplaats op de al bestaande. De reden van deze maatregel was waarschijnlijk dar er geen mogelijkheid was voor uitbreiding.

In 1874 werd de houten omheining vervangen door het huidige hekwerk. Er werd een metaarhuisje voor rituele lijkwassing gebouwd. Na de sluiting van de begraafplaats in 1929 werd het metaarhuisje afgebroken.

Deze begraafplaats is de oudste nog intact zijnde Joodse begraafplaats op het platteland (= buiten de grote steden). In 1967 werd deze begraafplaats op de Rijkslijst van beschermde monumenten geplaatst. In 1988 volgde een omvangrijke restauratie.