De Synagoge aan de Walstraat

Aanvankelijk beschikte de kille vanaf 1839 over een sjoel in de Riemsdijkstraat, ondergebracht op de bovenverdieping van een tabakshuis van de familie Jacobs. Door de erfgenamen van deze familie werden eind 1800 allerlei bezittingen verkocht. Ook het pakhuis zou dezelfde weg gaan.

Besloten werd een nieuwe synagoge te bouwen. Het bestuur beschikte nog over een legaat van f 2000,–, in 1866 gekregen uit de nalatenschap van Meijer Hartog van de Burgt uit Opheusden.

In 1901 verschenen de eerste berichten over de nieuwbouwplannen in de plaatselijke courant.

Daar het aanwezige kapitaal niet voldoende was, nam de vrouwenvereniging onder leiding van mevrouw R. Cozijn-Frankfort het initiatief door middel van een intekenlijst de ontbrekende gelden bijeen te brengen. En met succes! De burgemeester Mr. Hesselink van Suchtelen uit Wageningen, die in joodse kringen zeer geliefd was, schonk f 400,–.

Dankzij deze burgemeester verliep de samenwerking met de gemeente uitstekend.

Begin augustus 1902 kreeg de kille de beschikking over een stuk grond in erfpacht in het Slangegat aan het einde van de Walstraat. De plaatselijk architect Rijk de Vries maakte een ontwerptekening. De goedkeuringen volgden snel, zodat de aanbesteding in Hotel de Wereld al op 6 augustus 1902 kon plaatsvinden. De laagste inschrijver werd F. van den Brink uit Bennekom voor f 3.636,–.

Vrijdag 10 oktober 1902 legde het oudste bestuurslid/penningmeester Salomon Glasbeek, de eerste steen. De bouw verliep zonder problemen.

In aanwezigheid van Opperrabbijn L. Wagenaar uit Arnhem kon op zondag 29 maart 1903 de sjoel in gebruik worden genomen.

Voor secretaris Michael van der Horst was het de dag van zijn leven. Hij had voor de totstandkoming van de synagoge het vuur uit de sloffen gelopen.

Na het vertrek van de laatste rebbe in 1921 werd de sjoel niet meer wekelijks gebruikt. Slechts op Grote Verzoendag en op Nieuwjaar kwam de steeds kleiner wordende kille bij elkaar. In de laatste jaren voor 1940 bleven de deuren het hele jaar dicht. De sjoel begon te vervallen. Tot de meidagen kwamen…….

De architectuur van de sjoel vertoonde een aantal elementen uit de Hollandse Renaissance. De ontwerptekeningen wijken af van de resultaten van de bouw, zoals deze van enkele foto’s zijn af te lezen.

Het was een zaalvormig gebouw van ongeveer 7.50 x 12 meter, voorzien van een zadeldak en vermoedelijk bedekt met maasleien. Het in baksteen opgetrokken gebouw was voorzien van een aantal licht gekleurde kalkzandsteenspeklagen. In de gevel bevonden zich gietijzeren ramen met diagonaal geplaatste ruitjes. De voorgevel, Walstraatzijde, gaf de indruk de toegang tot de sjoel te geven. Het was echter een pseudo-ingang. Bij de gerestaureerde synagoge in Kampen is dit nog duidelijk te zien.

De feitelijke ingang was in de zuidelijke zijgevel (Hoogstraatzijde). In het portaal bevond zich de ingang naar de zaal. Vanuit dit portaal was de vrouwensjoel bereikbaar via een trap. Daaronder was de gemeentekamer.

De sjoel telde veertig mannenzitplaatsen, tegen de achterwand stond een vreemdelingenbank, in de wandeling “armenbank”genoemd.

De Ark bevond zich tegen de muur waar de pseudo-ingang was.

De ruimte was afgedekt met een stucgewelf. Voor de verlichting zorgden enkele gaskroontjes. Helaas is er geen interieurfoto.

Ten gevolge van de beschietingen vanaf de Grebbeberg van het Nederlandse leger op de stad Wageningen in mei 1940, ging ook de sjoel in vlammen op. En helaas ook het archief van de kille, dat in de gemeentekamer opgeborgen was. Van het gebouw stonden de zwartgeblakerde muren met resten van de ramen overeind: voor de kinderen van de nabijgelegen school een aantrekkelijke, maar zeer gevaarlijke speelplaats. Gemeentewerken, die de handen vol had met puin ruimen, nam contact op met de politie, die op haar beurt het hoofd der school waarschuwde. In enkele sobere regels staat dit te lezen in het dagrapport van de politie van woensdag 19 juni 1940. Voor de dienstdoende agent was de sjoel gewoon ‘de Jodenkerk’. Kort daarna werd de ruïne gesloopt. De sjoel was verleden tijd geworden. Een enkele foto van het uitgebrande gebouw herinnert ons aan de meidagen van 1940.